Minivoedselbos: eten uit je eigen tuin
Stel je voor dat je gewoon je eigen tuin in kunt lopen om iets te eten te halen. Handig toch? Met een minivoedselbos kan dat! Maar wat komt daarbij kijken, en past het ook in jouw tuin?
Van groot tot (heel) klein
Een minivoedselbos, of eetbare bostuin, hoeft niet groot te zijn. Met 4 vierkante meter kom je al een heel eind. Heb je een kleinere tuin, dan kun je met kleinfruit (bessen, frambozen, bramen) en klimplanten tegen muren en schuttingen werken. Zelfs op 1 vierkante meter of een balkon kun je iets doen, bijvoorbeeld bakken met kruiden of aardbeien aan de balustrade. En er zijn allerlei fruitboompjes in minivorm.
Verschillende lagen met beplanting
In een minivoedselbos wordt gewerkt met verschillende lagen. Dat kunnen er zeven zijn, maar dat lukt niet in alle tuinen. De lagen van boven naar beneden zijn: 1) kleine fruitbomen, 2) grote struiken, 3) kleinere struiken, 4) kruiden, 5) groenten, 6) bodembedekkende planten en 7) gewassen onder de grond.
Het gaat erom een slimme combinatie te maken, zodat de bomen of grotere planten beschutting geven aan de kleinere. Dat kan dus met alle zeven lagen, maar ook met bijvoorbeeld twee of drie lagen.
Hoe leg je een minivoedselbos aan?
Een minivoedselbos heeft een plek nodig met voldoende zonlicht en een gezonde bodem. Kies dus een plek in je tuin waar voldoende zon komt. Maak dan een eenvoudige plattegrond, met daarop de verschillende planten. Denk ook aan paden, zodat je niet op de planten hoeft te stappen als je gaat oogsten. Begin met de bomen en werk van boven naar beneden. Gebruik het liefst inheemse bomen en struiken, omdat deze beter aansluiten bij de lokale biodiversiteit.
Kies een fruitboom met een grootte die past bij de tuin. Kies dan eetbare struiken, en vervolgens de vaste planten en bodembedekkers. Daarna is het een kwestie van kopen en planten.
Een voedseltuin heeft weinig verzorging nodig, al moet je wel af en toe snoeien. Ook als je geen groene vingers hebt, kun je plezier beleven aan een minivoedselbos. En niet alleen jij, maar ook vogels, bijen, vlinders en andere insecten zijn blij met de voedseltuin. Ze vinden er beschutting en eten.
Welke soorten?
Welke soorten zijn zoal geschikt voor je minivoedselbos? Denk aan bomen als de appelboom ‘Ecolette’ of een krentenboompje (zoete bessen). Bij de struiken bijvoorbeeld een zomer- of herfstframboos, zwarte bes, rode bes of braam. Lavendel is mooi om te zien, maar ook te gebruiken in de keuken. Ook kruiden als salie, tijm en rozemarijn zijn heel geschikt.
Subsidie
Inwoners in gemeente Tynaarlo kunnen gebruikmaken van subsidie om hun tuin groener te maken. Zo kun je een vergoeding krijgen voor verschillende bomen, maar ook voor struiken en andere beplanting. Kijk voor meer informatie op onze pagina Subsidie klimaatadaptieve maatregelen.
Verschil moestuin en minivoedselbos
Een voedselbos is iets anders dan een moestuin. In een moestuin worden vooral eenjarige gewassen verbouwd, terwijl een minivoedselbos bestaat uit meerjarige eetbare planten.